De druppel

Er was eens een druppel die leefde in een grote vijver in het park van de stad. Er middenin stond een schitterende fontein. Deze nam het water uit de vijver en spoot het met grote kracht omhoog. En elke keer als de wind er tegen ademde waaierde de straal uit in een fijne nevel, die zachtjes door de lucht bewoog totdat alle druppels weer veilig waren geland. Het grootste plezier van de druppel was wel om zich samen met zijn vrienden door deze fontein te laten meezuigen en op te laten werpen, ver de hemel in. Welk weer het ook was, of het herfstte en regende, of de zon scheen en iedereen zich daarin koesterde, of het een stille winterdag was in het park, altijd wilde de druppel zich direct weer laten opzuigen zodra hij zijn luchtreis had voltooid. En iedere keer dacht hij: Wat heerlijk! Nog meer, nog hoger! Onze druppel had misschien nog wel grotere wensen dan de anderen. Steeds als hij boven het park zweefde wilde hij dat hij verder kon reizen, nog verder zou kunnen uitkijken over de stad. Wat hij precies zag weten we niet, maar voor hem moet het bijzonder zijn geweest.

Op een dag zag de druppel een vogel vliegen langs de fontein. Een vogel die zomaar, uit zichzelf, verder kwam dan hij ooit was geweest. Want buiten de rand van de vijver was hij nooit geraakt. En landde je daar wel, oppassen, want misschien kwam je wel nooit meer terug! Het was dus een stoutmoedige gedachte van de druppel dat hij verder wilde, over de bomen, het park, de vogel achterna. Waarom wist hij niet precies. Maar toch was dat zijn meest vurige wens. Kon hij maar eens landen op de rug van een vogel terwijl hij zijn luchtreis maakte, dacht de druppel. Maar zijn wens ging niet in vervulling. Steeds was de vogel al gevlogen. De druppel zuchtte en liet zich dan maar vallen in het water. Weer niet. Maar eens zou de dag komen, dat bleef hij vasthouden.

Een frisse lentedag kwam, helder en koel. De wind bewoog de bomen rondom de vijver zachtjes en beneden klonken verwaaide stemmen van kinderen. Ook deze dag spoot de fontein ver omhoog. De druppel was er alleen niet bij. Hij wilde niet meer. Niet meer opgezogen worden, niet meer vliegen en vooral niet nog een keer neerkomen in hetzelfde water waarvan hij vertrokken was. Wat de anderen van hem dachten liet hem koud. Dan deed hij maar niet mee.
De druppel zat op de bodem en alles deed hem hoegenaamd niets. Plotseling schrok hij echter op. Boven het wateroppervlak scheerde een zwerm vogels, zwart afgetekend tegen de lucht. Onze druppel wist niet eens wat er in hem was veranderd, hij dacht alleen maar: Mee, ik wil mee! Zo snel hij kon spoedde hij zich naar de fontein en zodra het kon liet hij zich mee omhoog zuigen. Vooruit! sprak de druppel in gedachten tegen de fontein. Zouden de vogels er straks nog zijn? Maar boven gekomen kon de hij ze alleen maar nakijken. Ook nu weer zou hij niet wegvliegen, met ze mee. Een grote droefheid welde in de druppel op en als hij had kunnen huilen had hij dat zeker gedaan.
Hij wilde zich al weer laten terugplonzen in het water, maar dat was niet wat er gebeurde. Tussen de bomen rond de vijver was een grote windvlaag opgestoken. En die tilde de druppel op en nam hem mee. Over de vijver, over het park en over de huizen van de stad. Ik vlieg! dacht de druppel, ik vlieg! Wat hoog, wat mooi! Door ging het, en hoger ook. Tot bij de wolken was hij, verder dan ooit kon hij kijken en de druppel voelde ieder ogenblik van zijn vlucht intens door zijn hele lichaam. De wind hield aan en zo werd ook een grote wolk weggeblazen die tot dan voor de zon had gehangen. Nu kon de druppel de zonnestralen door zijn buik voelen stromen. Een warme gloed rees in hem op en de druppel wiegde gelukzalig in de wind en de zon. Zo heerlijk was het, zo fijn, meer dan hij ooit had kunnen denken. Wat hoog! Wat mooi! Hij zei het zachtjes tegen de wind, die de druppel verder en verder droeg. Nog meer liet de zon zijn warmte neerdalen. Oh wat heerlijk! prevelde de druppel. Zijn stem klonk allengs lichter, want door de zonnewarmte werd hij steeds kleiner. Wat ben ik ver! klonk het ijl. Wat heerlijk! Nog hoger! En de wind woei. En toen ze boven de wolken waren, in de armen van de zon, was de druppel opgelost.

 

Sybe Dijkstra

©  2009-2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.